ECLI:NL:CRVB:2021:3044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het UWV nam op 27 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep op 16 juli 2020 in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV de kosten in de bezwaarfase reeds had vergoed, zodat alleen de kosten in beroep en hoger beroep nog beoordeeld moesten worden. Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van € 2.244,- aan appellante.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting, waarbij de Raad het verzoek tot proceskostenveroordeling toewijst en appellante wordt verwezen voor vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot het UWV. De beslissing werd uitgesproken op 2 december 2021 door rechter-plaatsvervanger J.P.M. Zeijen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.244,- aan proceskosten aan appellante.