ECLI:NL:CRVB:2021:3045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-zaak. Het UWV nam op 7 mei 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan veroordeeld kan worden in de kosten indien het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan het beroep en het beroep wordt ingetrokken. Omdat het UWV geen verweerschrift had ingediend en het onderzoek ter zitting was achterwege gelaten, kon de Raad op basis van de stukken beslissen.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van € 2.244,- aan proceskosten, bestaande uit vergoeding voor zowel de beroepsprocedure als het hoger beroep. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak werd gedaan door rechter-plaatsvervanger J.P.M. Zeijen op 2 december 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.244,- aan proceskosten aan appellant.