ECLI:NL:CRVB:2021:305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Na indiening van het hoger beroep nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan dat na het instellen van beroep of hoger beroep tegemoetkomt aan de indiener van het beroepschrift, op verzoek in de proceskosten kan worden veroordeeld.
De Raad stelde vast dat het UWV de kosten van verleende rechtsbijstand in bezwaar al had vergoed, zodat deze niet opnieuw voor vergoeding in aanmerking kwamen. Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep, begroot op €1.602.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.602 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.