ECLI:NL:CRVB:2021:3075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na auto-ongeluk
Appellante heeft zich ziek gemeld na een auto-ongeluk in 2017 en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten ernstiger waren en objectief medisch onderbouwd konden worden, onder meer door diagnoses van PTSS en een depressieve stoornis na het ongeluk. De Raad stelde echter vast dat de medische informatie onvoldoende objectivering van de klachten bood en dat de subjectieve klachten niet doorslaggevend zijn voor de beoordeling van beperkingen.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling. Ook werd bevestigd dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.