ECLI:NL:CRVB:2021:3076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid en passende functies WIA-uitkering
Appellant, voormalig beveiligingsbeambte, viel uit met lichamelijke en psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Na bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid herzien naar 62,29%, waarbij appellant stelde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn en aanspraak te maken op een IVA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende was onderbouwd en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat de functies niet geschikt waren, onder meer vanwege allergieën en werktempo.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld, dat het medisch onderzoek adequaat was en dat de functies passend waren. De stellingen van appellant werden onvoldoende onderbouwd geacht om de eerdere beoordeling te wijzigen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.