ECLI:NL:CRVB:2021:3083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 28 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het deels tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift op verzoek kan worden veroordeeld in de kosten. De Raad beoordeelde de door appellante gemaakte kosten en begrootte deze conform het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 2.346,96, inclusief kosten voor het opvragen van medische informatie.
De Raad wees de vordering tot vergoeding van griffierechten af, omdat appellante zich daarvoor rechtstreeks tot het UWV kan wenden. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 8 december 2021.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.346,96 aan proceskosten aan appellante.