ECLI:NL:CRVB:2021:3086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op Wajong-besluit wegens geen nieuw feit
Appellant heeft in 2010 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het UWV in 2011 werd afgewezen. Appellant stelde in 2017 een verzoek in om terug te komen op dit besluit, onder verwijzing naar een diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornis uit 2016. Het UWV oordeelde dat deze diagnose al in 2011 was betrokken bij de beoordeling en wees het verzoek af.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Dit oordeel werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep.
Appellant verzocht tevens om benoeming van een deskundige en om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Beide verzoeken werden afgewezen. De Raad stelde vast dat de langere behandelingsduur deels te wijten was aan uitstelverzoeken van appellant, waardoor geen sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het Wajong-besluit wordt bevestigd.