ECLI:NL:CRVB:2021:3098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege longproblematiek, slechthorendheid en psychische klachten. Het UWV voerde verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uit en concludeerde dat appellante op de datum in geding niet over arbeidsvermogen beschikte, maar dit niet duurzaam was omdat verbetering mogelijk is door behandeling en training.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel duurzaam is, mede door lichamelijke beperkingen zonder behandeling en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat appellante geen arbeidsvermogen had omdat zij niet vier uur per dag belastbaar was, maar dat dit niet duurzaam was vanwege mogelijke verbetering door cognitieve gedragstherapie, psycho-educatie en multidisciplinaire revalidatie. De Raad verwierp de stellingen van appellante dat haar beperkingen uitsluitend lichamelijk zijn en dat het UWV onjuist heeft gehandeld.
De Raad concludeerde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.