ECLI:NL:CRVB:2021:3099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsbesluit na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant is sinds januari 2017 wegens lichamelijke klachten arbeidsongeschikt als betonmonteur. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het UWV vastgesteld dat appellant voor 35 tot 80% arbeidsongeschikt is en een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen en dat hij in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die tot een ander oordeel leiden. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank en volgt het oordeel dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidspercentage is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellant.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering bevestigd.