ECLI:NL:CRVB:2021:310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als machine operator, meldde zich ziek wegens klachten na een verkeersongeval in 2008. Het UWV weigerde een WIA-uitkering per 2015 vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na diverse ziekmeldingen en hersteldverklaringen stelde het UWV per 2017 vast dat appellant geschikt was voor zijn werk, wat werd bevestigd door verzekeringsartsen.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en bracht adviezen van medisch specialisten in, waaronder een medisch adviseur en huisarts. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en dat er geen aanwijzingen waren voor een traag handelingstempo of andere beperkingen die een uitkering rechtvaardigen.
De Raad vond de adviezen van appellant onvoldoende onderbouwd en niet specifiek voor de datum in geding. Ook was er geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.