ECLI:NL:CRVB:2021:3112

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2021
Publicatiedatum
13 december 2021
Zaaknummer
21/1512 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling onbevoegdheid hoger beroep wegens appelverbod in sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een zaak betreffende de WW.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is vanwege het wettelijke appelverbod zoals neergelegd in artikel 8:104, tweede lid, Awb, in samenhang met artikel 8:55, zevende lid, Awb. Dit appelverbod geldt voor uitspraken van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb.

Appellante is in de gelegenheid gesteld om aan te geven waarom het appelverbod doorbroken zou moeten worden, maar de Raad ziet geen feiten of omstandigheden die dit rechtvaardigen. Er is geen sprake van een evidente schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en beslist zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appelverbod en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 december 2021
21/1512 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
10 maart 2021, 20/2367 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Bij brief van 12 mei 2021 is appellante de gelegenheid geboden om aan te geven waarom dit appelverbod moet worden doorbroken.
Voor doorbreking van een wettelijk appelverbod kan aanleiding zijn indien sprake is van een evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is. Deze situatie doet zich hier niet voor.
De Raad ziet in hetgeen appellante heeft vermeld in haar reactie van 11 juni 2021 geen feiten of omstandigheden die een doorbreking van het wettelijke appelverbod rechtvaardigen.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2021.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) J.M. Labage
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

TM