ECLI:NL:CRVB:2021:3112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onbevoegdheid hoger beroep wegens appelverbod in sociale zekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een zaak betreffende de WW.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is vanwege het wettelijke appelverbod zoals neergelegd in artikel 8:104, tweede lid, Awb, in samenhang met artikel 8:55, zevende lid, Awb. Dit appelverbod geldt voor uitspraken van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb.
Appellante is in de gelegenheid gesteld om aan te geven waarom het appelverbod doorbroken zou moeten worden, maar de Raad ziet geen feiten of omstandigheden die dit rechtvaardigen. Er is geen sprake van een evidente schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en beslist zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appelverbod en wijst het hoger beroep af.