ECLI:NL:CRVB:2021:3125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij ingetrokken WW-uitkering
Appellant had beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV waarin het dagloon voor de WW-uitkering was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het dagloon te laag was vastgesteld.
Het UWV trok later het bestreden besluit in en weigerde de WW-uitkering per 1 september 2017 vanwege een gefingeerd dienstverband. Dit nieuwe besluit werd niet betrokken in het hoger beroep, maar doorgezonden naar het UWV voor behandeling in bezwaar.
Omdat het oorspronkelijke besluit is ingetrokken en de uitkering materieel is herroepen, heeft appellant geen procesbelang meer bij het hoger beroep over de hoogte van het dagloon. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na intrekking van de WW-uitkering.