Uitspraak
20 1057 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2010 ziek gemeld met diverse klachten en ontving vanaf 2012 een loongerelateerde WGA-uitkering, later gevolgd door een loonaanvullingsuitkering. Na een herbeoordeling in 2018 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde de uitkering per 10 januari 2019. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name ten aanzien van psychische klachten en BPPD. Zij verzocht om benoeming van een deskundige en schadevergoeding. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had adequaat gemotiveerd dat een urenbeperking niet meer aan de orde was en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling en de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Ook het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen, mede gelet op de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering omdat de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% is vastgesteld.