ECLI:NL:CRVB:2021:3151

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 december 2021
Publicatiedatum
14 december 2021
Zaaknummer
19/1408 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten kan worden veroordeeld indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken.

De Raad oordeelde dat appellant geen vergoeding van kosten in bezwaar kon krijgen omdat appellant zelf bezwaar had gemaakt. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 2.992,-. Voor griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.

De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 8 december 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.992,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 december 2021
19/1408 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
19 februari 2019, 18/3911 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.J.H.L. Brouwer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting in de zaak heeft plaatsgevonden op 10 februari 2021. Namens appellant is mr. Brouwer verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. I. Smit. Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst.
Het Uwv heeft op 12 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 22 april 2021 heeft mr. Brouwer namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 april 2021 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
Voor een vergoeding van de gemaakt kosten in bezwaar bestaat geen grond, omdat appellant destijds zelf bezwaar heeft gemaakt.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.496,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.496,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift,
1 punt voor het verschijnen ter zitting). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 2.992,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.992,-.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2021.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai
GdJ