ECLI:NL:CRVB:2021:3151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten kan worden veroordeeld indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken.
De Raad oordeelde dat appellant geen vergoeding van kosten in bezwaar kon krijgen omdat appellant zelf bezwaar had gemaakt. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 2.992,-. Voor griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 8 december 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.992,- aan proceskosten aan appellant.