ECLI:NL:CRVB:2021:3161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor duurzame gebruiksgoederen
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor het opnieuw inrichten van zijn woning na een echtscheiding. Het college kende deze bijstand toe als geldlening, omdat appellant volgens het beleid niet voldeed aan de voorwaarde dat hij ten minste drie jaar op bijstandsniveau moest leven om bijstand om niet te ontvangen.
Appellant betwistte dit en stelde dat zijn verblijf in Afghanistan meetelde voor de referteperiode, omdat hij daar zonder eigen inkomen leefde. Hij overhandigde verklaringen van familieleden en een wijkafgevaardigde ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Afghanistan op bijstandsniveau leefde, omdat de verklaringen niet objectief en verifieerbaar waren en niet over de relevante periode gingen. Het college had daarom terecht gebruikgemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om de bijstand als lening te verstrekken.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De bijzondere bijstand wordt terecht toegekend in de vorm van een geldlening omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij drie jaar op bijstandsniveau leefde.