ECLI:NL:CRVB:2021:317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-herbeoordeling met 35-80% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatst werkzaam als pedagogisch medewerker, werd aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2017 stelde een verzekeringsarts vast dat zij belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan bepaalde het UWV haar arbeidsongeschiktheidspercentage op 35 tot 80%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij nog steeds 80 tot 100% arbeidsongeschikt was en dat de verzekeringsartsen onvoldoende hadden gemotiveerd waarom haar beperkingen waren afgenomen. Zij overhandigde een behandelplan van een GGZ-instelling ter onderbouwing. Het UWV handhaafde het besluit.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de FML voldoende rekening hield met haar klachten. Het behandelplan dateerde van na de datum in geschil en bevatte geen nieuwe informatie. Het UWV had bovendien gemotiveerd dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellante.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.