ECLI:NL:CRVB:2021:3195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als verkoopmanager, meldde zich ziek op 13 oktober 2015 en ontving aanvankelijk een werkloosheidsuitkering. Vanaf 10 oktober 2017 werd een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van circa 54%. Na melding van verslechtering in 2018 volgde een herbeoordeling waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 100%, maar zonder toekenning van een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzaamheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische situatie mogelijk nog kan verbeteren door lopende behandelingen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde aanvullende huisartsinformatie, maar de Raad concludeerde dat deze informatie geen bewijs leverde voor duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid per 1 april 2018.
De Raad benadrukte dat duurzaamheid betekent dat herstelkansen beperkt zijn en dat mogelijke verbetering van functionele mogelijkheden relevant is. Gezien de lopende psychische behandelingen en openstaande behandelopties werd het hoger beroep verworpen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is en geen recht bestaat op een IVA-uitkering.