ECLI:NL:CRVB:2021:3255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding resterende studieschuld op medische gronden
Appellant heeft een verzoek ingediend tot kwijtschelding van zijn resterende studieschuld op grond van medische omstandigheden. De minister heeft dit verzoek afgewezen na advies van een medisch adviseur die de situatie van appellant beoordeelde op basis van medische gegevens zonder persoonlijk onderzoek.
De rechtbank heeft het beroep tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, stellende dat de inkomenssituatie van appellant niet bepalend is voor kwijtschelding en dat het kwijtscheldingsbeleid zich richt op specifieke medisch uitzichtloze situaties, waarin appellant niet valt.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn inkomen onvoldoende is, dat hij als ambulant psychiatrisch patiënt gelijk behandeld zou moeten worden aan permanent behandelde patiënten, en dat het ontbreken van een persoonlijk medisch onderzoek de advisering onzorgvuldig maakt.
De Raad oordeelt dat het beleid en de wet geen kwijtschelding op basis van inkomen kennen, dat appellant niet onder het kwijtscheldingsbeleid valt, en dat het medisch advies, ook zonder persoonlijk onderzoek, zorgvuldig en gemotiveerd is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de resterende studieschuld wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.