ECLI:NL:CRVB:2021:3256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen aflossingsbesluit studiefinanciering
Appellant ontving vanaf 2007 studiefinanciering, waaronder basis- en aanvullende beurs en vanaf 2009 ook een rentedragende lening. In 2009 werd appellant geïnformeerd over een te hoge studiefinanciering en de omzetting daarvan in een schuld. In 2017 en 2019 volgden aanvullende besluiten over de hoogte van de schuld en betalingsregelingen.
Bij besluit van 7 november 2019 werd appellant geïnformeerd over de maandelijkse aflossing van zijn schuld, maar dit besluit bracht geen nieuwe rechtsgevolgen met zich mee. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd op 24 januari 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was en het besluit geen nieuw besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant al jaren eerder op de hoogte was van zijn schuld en dat het bezwaar tegen het aflossingsbesluit niet ontvankelijk kon worden verklaard. Appellant had toegang tot het systeem waarin de eerdere besluiten stonden, en zijn persoonlijke omstandigheden rechtvaardigden geen uitzondering op de termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd verworpen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het aflossingsbesluit studiefinanciering is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep ongegrond verklaard.