ECLI:NL:CRVB:2021:3264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het UWV met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 mei 2020 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad oordeelt dat het UWV de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, moet vergoeden. Dit betreft onder meer kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand en reiskosten voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank.
Daarnaast wordt het verzoek om vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten omdat het UWV geen verweerschrift heeft ingediend en het hoger beroep is ingetrokken. De beslissing is uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep op 23 december 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente na intrekking van het hoger beroep.