ECLI:NL:CRVB:2021:3268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag zelfstandige op grond van Tijdelijke regeling bevallingsverlof 2005-2008
Appellante, een zelfstandige, vroeg compensatie aan op grond van de Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen bevallen tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat zij niet binnen dit tijdvak bevallen was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij recht had op compensatie omdat zij zwanger raakte na intrekking van artikel 3:19 Wazo Pro en dat haar uitgerekende datum binnen het tijdvak viel.
De Raad overwoog dat de Tijdelijke regeling specifiek is bedoeld voor vrouwen die daadwerkelijk binnen het genoemde tijdvak zijn bevallen, omdat zij toen geen recht hadden op bevallingsverlof met behoud van inkomen. Appellante viel hier niet onder. Tevens had zij op grond van het overgangsrecht van artikel 3:30 Wazo Pro recht op een Wazo-uitkering, die echter op nihil was gesteld wegens geen fiscale winst, waardoor geen schending van het VN-Vrouwenverdrag was.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de compensatieaanvraag wordt bevestigd.