ECLI:NL:CRVB:2021:3287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens onjuiste opgave verblijfplaats
Appellant diende op 16 april 2019 een aanvraag om bijstand in en gaf op dat hij bij zijn moeder en zus verbleef, met specifieke tijden. Gemeentelijke handhavingsspecialisten verrichtten huisbezoeken op de opgegeven tijden, maar troffen appellant niet aan. Verklaringen van moeder en zus bevestigden dat appellant niet regelmatig op de opgegeven adressen verbleef. Hierdoor werd de aanvraag afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste inlichtingen.
Appellant diende een tweede aanvraag in met verschillende verblijfsadressen en verklaarde tijdens een intakegesprek dat hij in een passantenhotel verbleef. De gemeente verifieerde dit bij het hotel, dat meldde dat appellant daar nog niet verbleef. Ook deze aanvraag werd afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, stellende dat het aan appellant was om controleerbare gegevens te verstrekken en dat de gemeente voldoende onderzoek had gedaan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat het ontbreken van confrontatie met verklaringen van moeder en zus voorafgaand aan het eerste besluit niet tot onzorgvuldigheid leidde. Het beroep werd verworpen en proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onjuiste opgave van de verblijfplaats.