ECLI:NL:CRVB:2021:3306

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 december 2021
Publicatiedatum
28 december 2021
Zaaknummer
19/960 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtBesluit tarieven in strafzaken 2003
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit beroep is ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 december 2020 volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen.

De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep. Hierbij is rekening gehouden met de kosten van rechtsbijstand en de kosten van door appellante overgelegde rapporten van bedrijfsarts J.M. Valk, waarvan een deel voor vergoeding in aanmerking komt.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de uitspraak gedaan op basis van de schriftelijke stukken. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden.

De totale kostenvergoeding aan appellante bedraagt € 4.090,46, waarmee het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 4.090,46 aan appellante wegens proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 december 2021
19/960 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
22 januari 2019, 18/393 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L.E. Roberts-Hafkamp hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 24 december 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 10 juni 2021 heeft mr. Roberts-Hafkamp namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 december 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 1.496,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en op € 748,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift).
Het verzoek om vergoeding van de kosten van de door appellante overgelegde rapporten van bedrijfsarts J.M. Valk komt gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking. Met het Uwv is de Raad van oordeel dat gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb en gelet op artikel 8 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003, daarbij moet worden uitgegaan van een geldend uurtarief van € 126,47 (2019) en € 129,63 (2020). Uit de door de gemachtigde van appellante overgelegde nota’s blijkt dat de werkzaamheden van bedrijfsarts Valk 10,5 uur (2019) en 4 uur (2020) in beslag hebben genomen, zodat de totale vergoeding € 1.846,46 (inclusief omzetbelasting) bedraagt.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.090,46.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2021.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) E.X.R. Yi