ECLI:NL:CRVB:2021:3317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkeer en toegenomen arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante was werkzaam als thuishulp en viel uit door schouderklachten en een borstkankerbehandeling. Na toekenning van een WGA-uitkering in 2011 werd deze per 24 oktober 2013 beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellante meldde verslechtering van haar gezondheid, maar het UWV handhaafde de beëindiging na zorgvuldige medische beoordeling.
In 2017 verzocht appellante om herkeuring met verwijzing naar psychiatrische diagnoses zoals ADHD en borderline. Het UWV weigerde de herkeuring en handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische rapporten voldoende waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat ook toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 november 2017 moest worden beoordeeld en overhandigde een nieuw medisch rapport. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de nieuwe beperkingen niet konden worden teruggeplaatst naar de relevante data. De Raad bevestigde het besluit en wees het hoger beroep af.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed. De medische motivering was aangepast, maar eventuele schendingen van de Awb werden gepasseerd omdat geen benadeling was vastgesteld. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering en afwijzing van toegenomen arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.