ECLI:NL:CRVB:2021:3321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Wmo 2015 en toekenning kostenvergoeding in bezwaar en beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen over de omvang van huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en wees een vergoeding van de kosten in bezwaar af. De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar stelde wel dat de kosten in bezwaar vergoed moesten worden en kende een lage wegingsfactor toe voor de proceskosten.
In hoger beroep richtte appellant zich tegen de toegepaste lage wegingsfactor, stellende dat de zaak niet licht van aard was en dat een gemiddelde wegingsfactor had moeten gelden. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen motivatie had gegeven voor de lage wegingsfactor en dat er geen reden was de zaak als licht te kwalificeren.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het geen vergoeding toekende voor de kosten in bezwaar en veroordeelde het college tot vergoeding van de kosten in bezwaar, de proceskosten in beroep en de proceskosten in hoger beroep, waarbij voor het hoger beroep een lichte wegingsfactor werd toegepast. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, en het betaalde griffierecht.