Appellanten ontvingen bijstand op basis van de gehuwdennorm, terwijl appellant in detentie zat en appellante recht had op bijstand als alleenstaande ouder. Het college legde een boete op omdat appellante de detentie niet tijdig had gemeld, gebaseerd op een periode vanaf 24 november 2015.
Tussen partijen was niet in geschil dat de schending van de inlichtingenplicht pas vanaf 20 januari 2016 plaatsvond, waardoor de boete onjuist was berekend over een te lange periode. De Raad overwoog dat hoewel een boete passend is, de omstandigheden en het tijdsverloop van bijna zes jaar aanleiding geven om de boete op nihil vast te stellen.
De Raad vernietigde het besluit en de eerdere uitspraak, stelde de boete op € 0,- en bepaalde dat het college het betaalde griffierecht moet vergoeden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de boete kwam te vervallen.