Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg waarbij een maatwerkvoorziening professionele begeleiding werd verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) voor de periode van 23 mei 2018 tot 22 november 2018. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat het college onzorgvuldig onderzoek had verricht en onvoldoende had gemotiveerd waarom professionele begeleiding noodzakelijk was. Tijdens de zitting gaf het college aan dat appellante na de betreffende aanvraag geen nieuwe aanvragen voor begeleiding had ingediend en inmiddels naar een andere gemeente was verhuisd, hetgeen door appellante werd bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat procesbelang vereist dat het nastreven van het bezwaar of beroep daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. Omdat de verstrekte periode al was verstreken en appellante geen nieuwe aanvraag had gedaan, was er geen voldoende procesbelang. Ook het argument dat niet was betaald voor niet-professionele ondersteuning werd verworpen omdat het pgb recht gaf op het inkopen van ondersteuning. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.