ECLI:NL:CRVB:2021:3335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, een voormalig monteur, meldde zich ziek na een ongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de psychische klachten niet representatief voor de datum in geding.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ernstiger klachten had, waaronder chronische whiplash en psychische stoornissen, die niet juist waren meegenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht en dat het UWV-onderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd was. De Raad vond geen aanleiding een deskundige te benoemen.
De Raad bevestigde dat de arbeidsongeschiktheid terecht werd vastgesteld op minder dan 35%, waardoor appellant geen WIA-uitkering ontvangt. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een WIA-uitkering bevestigd.