ECLI:NL:CRVB:2021:3338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich ziek met nek- en rugklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling beëindigde het UWV het recht op ziekengeld omdat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van zijn ziekengelduitkering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor een functie als administratief ondersteunend medewerker, ondanks zijn beperkingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat nieuw ingediende medische informatie meegewogen had moeten worden en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie bij zijn behandelaars op te vragen. De Raad volgde appellant niet en bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functie passend was.
De Raad concludeert dat appellant met zijn beperkingen de functie kan vervullen en dat het hoger beroep niet slaagt. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziekengelduitkering terecht is beëindigd na zorgvuldig medisch onderzoek.