ECLI:NL:CRVB:2021:3342

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 december 2021
Publicatiedatum
3 januari 2022
Zaaknummer
18/5291 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:64 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en proceskostenveroordeling

Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij het volledig aan appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op verzoek van appellante in de proceskosten moest worden veroordeeld, conform de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht. De proceskosten werden begroot op een totaalbedrag van € 5.022,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellante. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 22 december 2021.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 5.022,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 december 2021
18/5291, 18/5292, 19/1009 en 21/691 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
31 augustus 2018, 17/133 en 18/1602 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.T.F. van Berkel hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting in de zaak heeft plaatsgehad op 12 november 2020. Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst.
Het Uwv heeft op 13 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij fax van 1 juni 2021 heeft mr. C.J.M. van den Bos-Ackermans, als opvolgend gemachtigde, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.
Onder toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met het besluit van
13 april 2021 volledig aan appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de verleende rechtsbijstand begroot op in bezwaar € 534,- (1 punten voor het indienen van een (aanvullend) bezwaarschrift tegen het primaire besluit van 13 juni 2016), in beroep € 2.244,- (2 punten voor het indienen van de (aanvullende) beroepschriften, waaronder het rechtstreeks beroep tegen het primaire besluit van 6 oktober 2017), en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en in hoger beroep € 2.244,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor de schriftelijke zienwijzen en 1 punt voor het verschijnen ter zitting). In totaal bedraagt de vergoeding voor de aan appellante verleende rechtsbijstand dus € 5.022,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 5.022,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2021.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ