ECLI:NL:CRVB:2021:345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsvermogen en verlaging Wajong-uitkering naar 70% minimumloon
Appellant ontvangt sinds 2005 een Wajong-uitkering vanwege psychische klachten en ontwikkelingsproblematiek. Het UWV heeft in 2016 vastgesteld dat appellant arbeidsvermogen heeft, waardoor zijn uitkering per 2018 wordt verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. Appellant maakte bezwaar en stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de complexiteit van zijn beperkingen, waaronder prikkelbare darmsyndroom.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant basale werknemersvaardigheden bezit, in staat is om één uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar is, rekening houdend met zijn beperkingen.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze beoordeling. De medische informatie over PDS en de combinatie van ADHD en autisme rechtvaardigen geen ander oordeel. De Raad stelt vast dat appellant ondanks zijn beperkingen kan functioneren in een rustige, gestructureerde werkomgeving met enige sturing. Het bezwaar over onvoldoende medisch onderzoek wordt verworpen, en het UWV heeft het bestreden besluit terecht genomen.
De Raad vergoedt het betaalde griffierecht aan appellant en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon is terecht vastgesteld omdat appellant arbeidsvermogen heeft.