ECLI:NL:CRVB:2021:35
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks beperkingen
Appellante ontvangt sinds 1994 een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege een congenitale deformatie en vermoeidheidsklachten. Na de invoering van de Wajong 2015 heeft het UWV haar arbeidsvermogen herbeoordeeld en vastgesteld dat zij geschikt is voor een taak binnen een arbeidsorganisatie, waardoor haar uitkering per 1 januari 2018 is verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon.
Appellante betwist deze herbeoordeling en voert aan dat haar psychische en fysieke klachten zodanig zijn dat zij niet vier uur per dag belastbaar is en niet aaneengesloten kan werken. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat er geen reden was om aan hun conclusies te twijfelen.
De Centrale Raad van Beroep volgt het oordeel van de rechtbank en benadrukt dat appellante weliswaar beperkingen heeft, maar dat zij zelfstandig kan functioneren en vier uur per dag belastbaar is. De Raad ziet geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de verlaging van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de Wajong-uitkering bevestigd.