Uitspraak
18.6129 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 24 november 2006 een WIA-uitkering gebaseerd op een dagloon van €66,17. Na verschillende arbeidskundige en verzekeringsgeneeskundige onderzoeken werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de WIA-uitkering werd beëindigd. Appellant werkte als taxichauffeur onder een no-risk polis en ontving daaropvolgend WW- en ZW-uitkeringen.
Appellant stelde dat het WIA-dagloon onjuist was vastgesteld en dat de no-risk polis en zijn inkomsten als taxichauffeur tot een hogere uitkering zouden moeten leiden. De rechtbank en de Raad oordeelden dat de no-risk polis niet leidt tot aanpassing van het dagloon en dat het dagloon correct is berekend op basis van de WW- en ZW-uitkeringen tijdens de referteperiode.
De Raad benadrukte dat de beëindiging van de WIA-uitkering niet het gevolg was van inkomsten uit arbeid, maar van het feit dat appellant geschikt werd geacht voor passend werk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het WIA-dagloon correct is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.