ECLI:NL:CRVB:2021:365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing over vergoeding woon-werkverkeer bij overgang naar dienst
Betrokkene was werkzaam bij de gemeente Voerendaal en is per 1 januari 2018 overgegaan naar de [Dienst]. Op grond van het Sociaal Plan van de [Dienst] ontving betrokkene een vergoeding van €0,19 per kilometer voor extra woon-werkverkeerkosten. Betrokkene vorderde een hogere vergoeding omdat zijn werkelijke kosten hoger waren. Het college wees dit af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel het college verplichtte een aanvullende vergoeding toe te kennen, omdat medewerkers die in het kader van een andere integratie elders gingen werken wel een extra vergoeding kregen. Het college ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de overgang van betrokkene naar de [Dienst] losstaat van de functionele integratie waar de andere medewerkers onder vielen. Betrokkene was geen eigen medewerker van de gemeente Voerendaal gebleven, waardoor geen sprake was van gelijke gevallen. Daarom faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 16 juli 2018 ongegrond en vernietigde het besluit van 16 april 2020 waarin een aanvullende vergoeding was toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene op het gelijkheidsbeginsel faalt en het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard.