ECLI:NL:CRVB:2021:373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en te laat ingediend beroepschrift
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen. Daarnaast is het beroepschrift niet tijdig ingediend; het was pas na afloop van de beroepstermijn ter post bezorgd en ontvangen.
De Raad heeft appellante meerdere malen gewezen op de verplichting tot tijdige betaling van het griffierecht en de consequenties van niet-naleving. Ook is appellante verzocht een verklaring te geven voor de termijnoverschrijding, maar hierop is geen reactie ontvangen. Gezien deze omstandigheden is redelijkerwijs te oordelen dat appellante in verzuim is geweest.
Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te laat ingediend beroepschrift.