ECLI:NL:CRVB:2021:398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere aanmaningen en herinneringen. Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, terwijl appellante meerdere malen in de gelegenheid is gesteld deze alsnog in te dienen.
De Raad heeft geverifieerd dat de aanmaningen appellante hebben bereikt, aangezien zij stond ingeschreven op het bij de Raad bekende adres. Appellante heeft echter geen betaling verricht en geen beroepsgronden ingediend binnen de gestelde termijnen. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en op 23 februari 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.