ECLI:NL:CRVB:2021:4
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Bbz-uitkering ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant exploiteert een eenmanszaak en ontving een Bbz-uitkering voor levensonderhoud. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad stelde de uitkering definitief vast en vorderde een deel terug omdat de totale bijstand plus het netto inkomen hoger was dan de jaarnorm.
Appellant voerde aan dat hij op grond van e-mailcorrespondentie met zijn casemanager mocht vertrouwen dat zijn inkomsten niet op de Bbz-uitkering zouden worden verrekend. De rechtbank had de terugvordering verminderd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. De toezeggingen in de e-mails zijn onvoldoende om af te wijken van de wettelijke regeling dat inkomsten worden verrekend. Het college heeft vanaf het begin duidelijk gemaakt dat verrekening plaatsvindt en de casemanager heeft dit niet tegengesproken.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de terugvordering van € 529,70 van de Bbz-uitkering.