ECLI:NL:CRVB:2021:425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld op grond van juiste belastbaarheidsinschatting door UWV
Appellante, werkzaam als medewerkster thuiszorg, meldde zich op 4 januari 2016 ziek en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV beëindigde haar uitkering per 3 februari 2017 omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 7 december 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid juist was ingeschat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij mogelijk leed aan dunne vezelneuropathie, een aandoening die haar belastbaarheid zou verminderen, en verzocht om benoeming van een onafhankelijk deskundige.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De medische informatie en expertiserapporten boden geen voldoende onderbouwing voor een grotere beperking dan vastgelegd in de FML. De Raad concludeerde dat het UWV het recht op ziekengeld terecht had beëindigd en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige en ook de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot beëindiging van het ziekengeld per 3 februari 2017 wordt bevestigd.