ECLI:NL:CRVB:2021:51
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring wegens niet betalen AOW-premies over 2008 en 2009
Appellant ontvangt sinds 2010 een AOW-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) verklaarde hem schuldig nalatig over 2008 en 2009 wegens het niet betalen van premies volksverzekeringen. Appellant stelde dat hij zijn belastingaangiften tijdig in Duitsland had ingediend en nooit betalingsverzoeken van de Nederlandse Belastingdienst had ontvangen. De Svb wees op het feit dat de navorderingsaanslagen en aanmaningen naar het juiste adres waren verzonden en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij deze niet had ontvangen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij zich met zijn bezwaren tot de Belastingdienst moest richten en niet aannemelijk had gemaakt dat hij de post niet had ontvangen. In hoger beroep voerde appellant aan dat artikel 62 van Pro de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) niet van toepassing was en dat hij de brieven niet had ontvangen, ondersteund door een verklaring van een vertaler.
De Raad overwoog dat de Svb terecht artikel 61 en Pro 62 Wfsv had toegepast en dat appellant de bewijslast droeg om aan te tonen dat hij de aanslagen niet had ontvangen. De verklaring van de vertaler kon niet bewijzen dat appellant de brieven niet had ontvangen. Ook de inhoudelijke bezwaren tegen de aanslagen moesten bij de Belastingdienst worden ingediend. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de schuldig nalatig verklaring blijft in stand.