ECLI:NL:CRVB:2021:532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van haar licht verstandelijke beperking en rugklachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij op de datum in geding geen arbeidsvermogen had, maar deze situatie niet duurzaam was. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand na aanvullende rapportages.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij niet beschikt over basale werknemersvaardigheden en deze ook niet zal ontwikkelen. De Raad onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank en de aan dit oordeel ten grondslag gelegde rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Uit stageverslagen en diagnostische rapporten blijkt dat appellante met begeleiding eenvoudige, routinematige taken kan leren verrichten.
De Raad concludeert dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is en dat appellante in staat is om met begeleiding te functioneren in een beschutte werkomgeving. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellante geen recht heeft op Wajong-uitkering wordt bevestigd.