ECLI:NL:CRVB:2021:559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig UWV-onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig internationaal vrachtwagenchauffeur, ontving sinds 2015 een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een melding van verslechtering van haar gezondheid voerde het UWV een nieuw onderzoek uit, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de belastbaarheid en geschikte functies vaststelden. Het UWV besloot per 10 oktober 2017 de uitkering te beëindigen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV-onderzoek zorgvuldig en inhoudelijk overtuigend was, waarbij ook aanvullende medische informatie en rapporten waren betrokken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had, met name bij zitten, en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en oordeelt dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en de medische belastbaarheid overtuigend is gemotiveerd. De Raad ziet geen aanleiding voor benoeming van een deskundige en wijst erop dat appellante geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd. Ook acht de Raad de geselecteerde functies medisch geschikt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-uitkering van appellante terecht is beëindigd.