ECLI:NL:CRVB:2021:572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en machtiging
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens artikel 6:5, eerste lid, Awb, moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift voldeed hier niet aan. De gemachtigde van appellante kreeg meerdere malen de gelegenheid om binnen een gestelde termijn alsnog de beroepsgronden en een schriftelijke machtiging in te dienen, maar liet deze termijnen ongebruikt voorbijgaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde op basis van deze feiten dat appellante in verzuim was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen inhoudelijke behandeling van de zaak gegeven en ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door D.S. de Vries, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 12 maart 2021. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en schriftelijke machtiging.