ECLI:NL:CRVB:2021:573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als koerier en meldde zich op 19 april 2013 ziek met fysieke en psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, die na een toetsing verbetering belastbaarheid (TVB2) per 18 oktober 2014 werd beëindigd omdat appellant geschikt werd geacht voor andere functies dan zijn oorspronkelijke werk. Na meerdere ziek- en hersteldmeldingen meldde appellant zich opnieuw ziek op 10 maart 2017 en later op 24 mei 2017 vanuit een WW-uitkering.
Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 3 juli 2017 op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Appellant maakte bezwaar en beroep, maar het UWV verklaarde dit ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het UWV de juiste arbeidsmaatstaf had gehanteerd en het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijk was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen. Hij overhandigde diverse medische stukken en verzocht om een onafhankelijk deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische stukken geen aanleiding gaven om te twijfelen aan de juistheid van het UWV-besluit. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de belastbaarheid van appellant zorgvuldig en gemotiveerd vastgesteld, rekening houdend met alle klachten.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijk deskundige af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om het besluit van het UWV te vernietigen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 3 juli 2017 na een zorgvuldig medisch onderzoek.