ECLI:NL:CRVB:2021:58
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening draagkracht voor terugbetaling studieschuld volgens toetsingsinkomen
Appellant heeft in hoger beroep betoogd dat vanwege persoonlijke omstandigheden en financiële situatie moet worden afgeweken van het toetsingsinkomen als maatstaf voor de berekening van de draagkracht voor terugbetaling van zijn studieschuld.
De minister had het toetsingsinkomen vastgesteld op basis van het inkomen van appellant in het buitenland, omgerekend naar een Nederlands equivalent, en een terugbetalingsbedrag vastgesteld. De rechtbank had het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, stellende dat de wetgever expliciet het toetsingsinkomen als maatstaf heeft gekozen en afwijking daarvan niet is toegestaan.
De Raad onderschrijft deze overwegingen en voegt toe dat artikel 11.5, tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 het toetsingsinkomen expliciet uitsluit van de hardheidsclausule. Persoonlijke omstandigheden die tot de hoogte van de studieschuld hebben geleid, zijn niet relevant voor de terugbetalingsverplichting tijdens de aflosfase.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de berekening van de draagkracht op basis van het toetsingsinkomen wordt bevestigd.