ECLI:NL:CRVB:2021:583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart en hulp bij het huishouden bevestigd
Appellant diende een aanvraag in voor een gehandicaptenparkeerkaart en een maatwerkvoorziening in de vorm van hulp bij het huishouden, welke door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen werden afgewezen op basis van een medisch advies van de GGD. Het college verklaarde ook de bezwaren tegen deze besluiten ongegrond.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig tot stand was gekomen, waarbij de GGD-arts appellant had onderzocht en medische stukken had geraadpleegd. Een aanvullend advies bevestigde dat de medische informatie van appellant geen aanleiding gaf tot wijziging van het oorspronkelijke advies. De rechtbank vond geen reden om aan de juistheid van het advies te twijfelen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en overhandigde een rapport van een medisch adviseur dat een andere conclusie trok. Het college leverde een nadere reactie van de GGD. De Raad concludeerde dat het oorspronkelijke medisch advies zorgvuldig en juist was, dat het rapport van de medisch adviseur onvoldoende onderbouwing gaf en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het advies onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart en hulp bij het huishouden wordt bevestigd.