ECLI:NL:CRVB:2021:599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks medische klachten
Appellante, met een aangeboren heupafwijking en sinds 1992 Wajong-uitkeringsgerechtigde, kreeg haar uitkering verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018, omdat het UWV haar arbeidsvermogen vaststelde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij rekening was gehouden met haar medische klachten zoals fibromyalgie en carpaal tunnelsyndroom.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen dat zij duurzaam geen arbeidsparticipatie kan verrichten en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar beperkingen en de reisbaarheid naar een werkplek. De Raad volgde de rechtbank en stelde vast dat het UWV alle relevante medische informatie, inclusief huisartsgegevens, had meegewogen. De verzekeringsarts had geconcludeerd dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en beschikt over basale werknemersvaardigheden.
De Raad benadrukte dat het beoordelingskader van het UWV niet vereist dat wordt beoordeeld of iemand in staat is naar een werkplek te reizen. Appellante had haar standpunten onvoldoende onderbouwd en het hoger beroep slaagde niet. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de verlaging van de Wajong-uitkering en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018 wordt bevestigd.