ECLI:NL:CRVB:2021:612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij boete
Appellant kreeg op 27 juli 2017 een boete van €271,06 opgelegd wegens het niet naleven van de inlichtingenverplichting. Hij maakte pas op 22 juni 2018 bezwaar, ruim na de zeswekentermijn. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de overschrijding en het ontbreken van verschoonbare omstandigheden.
Appellant voerde aan dat hij door een spoedverblijf in Iran vanwege ziekte van zijn vader en eigen ziekte niet tijdig van het besluit op de hoogte kon zijn en daardoor niet eerder bezwaar kon maken. Hij overhandigde een medisch bewijs van een ziekenhuisbezoek in Iran.
De Raad oordeelde dat het college het besluit correct had bekendgemaakt en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellant had onvoldoende bewijs geleverd voor zijn langdurige afwezigheid en ziekte, en had geen adequate maatregelen voor postafhandeling getroffen. Ook had hij het college niet geïnformeerd over zijn verlengd verblijf.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de boete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.