ECLI:NL:CRVB:2021:617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks medische klachten
Appellante, die sinds 1996 een Wajong-uitkering ontving wegens knie- en psychische klachten, kreeg haar uitkering vanaf 2018 verlaagd omdat het UWV concludeerde dat zij arbeidsvermogen heeft. Dit oordeel was gebaseerd op verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en motiveerde dat de medische klachten geen duurzame beperkingen veroorzaken die haar functioneren belemmeren. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellante met haar beperkingen bepaalde taken kan verrichten en dat zij minimaal één uur aaneengesloten en vier uur per dag belastbaar is.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij de voorgehouden taken niet kon uitvoeren. De Raad oordeelde dat de medische informatie van haar behandelaars wel degelijk was betrokken bij de beoordeling en dat de klachten geen aanleiding geven tot twijfel aan het oordeel dat zij arbeidsvermogen heeft.
Ook de klacht over onzorgvuldigheid van het onderzoek en bejegening door het UWV werd niet gegrond verklaard. De Raad bevestigde daarom de verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen.