ECLI:NL:CRVB:2021:628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen met medische onderbouwing
Appellante ontvangt sinds 1987 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die is voortgezet onder de Wajong. Het UWV heeft in 2017 vastgesteld dat zij arbeidsvermogen heeft, waardoor haar uitkering per 1 januari 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze verlaging, stellende dat zij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt en niet vier uur per dag belastbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig zijn opgesteld en voldoende onderbouwing bieden voor het oordeel dat appellante arbeidsvermogen heeft. Appellante voerde in hoger beroep soortgelijke argumenten aan, maar kon deze niet met nieuwe medische informatie onderbouwen. De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante geen basale werknemersvaardigheden bezit of niet vier uur per dag belastbaar is.
De Raad oordeelde dat de klachten die appellante noemt niet voldoende zijn aangetoond op de peildatum en dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat zij arbeidsvermogen heeft. Daarom is de verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon terecht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Wajong-uitkering van appellante is terecht verlaagd naar 70% van het minimumloon wegens vastgesteld arbeidsvermogen.