ECLI:NL:CRVB:2021:638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht te worden betaald. Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling en de gevolgen van niet-tijdige betaling. Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijn voldaan.
Daarnaast moet het beroepschrift volgens artikel 6:5 Awb Pro de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte geen gronden. Appellant is in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn laten verstrijken. Bij een tweede aanmaning is een termijn van vier weken gesteld, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-inhoudelijke behandeling. De gronden werden pas na deze termijn ontvangen, zonder dat sprake was van een geldige verontschuldiging.
Gezien het niet voldoen aan de betaling van het griffierecht en het niet tijdig indienen van beroepsgronden, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en uitgesproken op 22 maart 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van beroepsgronden.